Thomas: 'Je bent pas goed gelukt als niemand het ziet'

Column

Thomas: 'Je bent pas goed gelukt als niemand het ziet'

Redactie
Door

Redactie

Gepubliceerd op

9 januari 2021 07:00

Bron / Fotografie

fotografie Anne Claire de Breij

Gepubliceerd op

9 januari 2021 07:00

Bron / Fotografie

fotografie Anne Claire de Breij

Thomas van der Meer (1986) drinkt zijn koffie zwart, is team koriander en woont aan de rand van het bos. Met zijn debuutroman Welkom bij de club hoopt hij zijn nieuwe badkamer te financieren. Verder studeert hij verpleegkunde en is-ie transgender, maar daar merk je verder niks van

Ik was een poosje heel lelijk. Eerst zag ik eruit als een meisje, maar ik was onderweg een jongen te worden. Elke drie weken ging ik naar de huisarts voor een spuit testosteron. Na vier maanden was ik op m'n lelijkst. De psycholoog waar ik tijdens mijn transitie naartoe moest, noemde het de 'is het een pot of is het een flikker?'-fase. Het kan best mysterieus en sexy zijn als je niet kunt zien of iemand een man of een vrouw is; sommige mensen staat het goed. Mij stond het niet.

Mijn moeder vond van wel. Volgens haar zag ik er heel schattig uit, maar moeders zijn niet objectief. Ik was echt lelijk. Mensen die me kenden en niet wisten dat ik in transitie was, vroegen wat me in hemelsnaam mankeerde. 'Wat heb je een bolle kop,' zeiden ze, 'en wat is er met je stem?' Ik kreeg de baard in de keel. In die periode had ik verwacht dat mensen op straat raar naar me zouden kijken. Niemand keek. Als je lelijk bent, word je op een bepaalde manier onzichtbaar. Bij de fietsenstalling op het station werkte een jongen die me leuk vond; mijn fiets mocht ik altijd gratis stallen en hij plakte een keer mijn band. Al gauw herkende hij me niet meer. Voortaan moest ik betalen. Ik zat er niet mee. Ik dacht: het komt vanzelf goed. Over een paar maanden ben ik een gewone jongen.

En dat was ook zo. Na acht maanden testosteron zag iedereen dat ik een jongen was. Ik kwam weer op de radar, maar bij andere mensen dan voorheen. De meisjes die bij de bakker achter de toonbank werkten, legden mijn brood al klaar als ze me in de rij zagen staan. Dat was in alle jaren daarvoor nooit gebeurd. Ik vertelde eens iemand dat ik transgender was en zij reageerde verbaasd. 'O, echt?' vroeg ze. 'Dat kun je helemaal niet zien.' 'Bedankt,' zei ik. 'Vind je dat echt een compliment?' Daar moest ik heel even over nadenken. Mensen noemen je 'goed gelukt' als ze niet kunnen zien dat je transgender bent.

delen
Redactie

De &C-redactie bestaat uit vrouwen, welgeteld één man (arme John) en overwegend kattenmensen. Ze werken vanuit een pastelroze kantoor, slurpen koffie alsof er levens vanaf hangen en verruilen het diner graag voor een snackbox van de lokale snackbar. Wie niet eigenlijk.

Wil je ook lezen