Thomas: 'Tot mijn schrik had het washok op de camping open douches'

Column

Thomas: 'Tot mijn schrik had het washok op de camping open douches'

Redactie
Door

Redactie

Gepubliceerd op

2 maart 2021 18:00

Bron / Fotografie

fotografie Anne Claire de Breij

Gepubliceerd op

2 maart 2021 18:00

Bron / Fotografie

fotografie Anne Claire de Breij

Thomas van der Meer (1986) drinkt zijn koffie zwart, is team koriander en woont aan de rand van het bos. Met zijn debuutroman Welkom bij de club hoopt hij zijn nieuwe badkamer te financieren. Verder studeert hij verpleegkunde en is-ie transgender, maar daar merk je verder niks van.

Laat ik beginnen door te zeggen dat sommige transgenderjongens een heel grote piemel hebben. Ik ga namelijk iets vertellen over mijn eigen kleine piemel en wil niet de indruk wekken dat dit voor alle transgenderjongens geldt. Zelf vind ik het ook altijd vervelend als iemand doet alsof iets voor iedereen geldt, terwijl het met mij niets te maken heeft. En je snapt zeker wel dat dit extra gevoelig ligt als het over de edele delen gaat. Ik was na een reeks Zoomverjaardagen en Microsoft Teamsverjaardagen eindelijk weer eens op een echt verjaardagsfeest. Het werd buiten gevierd, in een park. Dat kon ook niet anders, want niemand heeft een woonkamer die groot genoeg is voor 30 mensen op anderhalve meter afstand tot elkaar. 

Er was natuurlijk geen wc in de buurt dus iedereen plaste in de bosjes. We zaten pal naast die bosjes, je kon de mensen horen plassen. Ook andere bezoekers van het park, die niets met de verjaardag te maken hadden, kwamen zich bij ons verontschuldigen omdat ze moesten plassen en doken de struiken in.  

'Goh,' zei de jarige. 'Het is alsof we in een restaurant zitten op de plek naast de wc's.'

Zelf moest ik ook plassen, maar dat durfde ik niet in de bosjes te doen. Ik dacht, straks komt er net iemand aan of vliegt er een drone voorbij. Begrijp me niet verkeerd: ik ben heel blij met mijn piemel. Maar dat betekent niet dat iedereen hem hoeft te zien. Op vakantie durfde ik een keer niet te douchen. Ik was op een Duitse hippiecamping beland en tot mijn grote schrik had het washok open douches. Ik zette de wekker om heel vroeg te gaan, zodat ik de enige zou zijn. Wie gaat er nou op vakantie om zes uur 's ochtends onder de douche staan? Niemand, behalve Duitse hippies. Ik had er net een euro in gegooid toen er drie jongens binnenkwamen. 

Tijdens het douchen keek geen van de jongens raar naar mij, terwijl ze toch echt heel dichtbij stonden. Toen ik klaar was, bleef ik nog even om het hoekje staan luisteren of ze misschien tegen elkaar zouden zeggen: 'Hast du das gesehen? Was für ein kleiner Schwanz!' Maar dat gebeurde niet. Mogelijk ziet mijn piemel er normaler uit dan ik denk. Of deze jongens hadden gewoon geen oog voor andermans piemel. 

Op het verjaardagsfeest in het park moest ik inmiddels zó nodig plassen dat ik er wel vandoor móest gaan. Gauw liep ik naar een café in de buurt en daar moest ik eerst iets bestellen voordat ik naar de wc mocht. Ik geloof niet dat ik ooit eerder in mijn leven zo nodig heb moeten plassen. Ik moest er bijna van overgeven. 

Daarna stond ik opgelucht weer buiten en wilde ik eigenlijk wel terug naar het feest. Maar wat moest ik dan zeggen? 'Ik durfde niet in de bosjes te plassen, hier ben ik weer'? Ik vertelde dit plasdebacle aan een vriend en hij kwam met de oplossing.

'De volgende keer moet je gewoon zeggen dat je moet poepen.'

Deze column verscheen eerder in juni 2020.

delen
Redactie

De &C-redactie bestaat uit vrouwen, welgeteld één man (arme John) en overwegend kattenmensen. Ze werken vanuit een pastelroze kantoor, slurpen koffie alsof er levens vanaf hangen en verruilen het diner graag voor een snackbox van de lokale snackbar. Wie niet eigenlijk.

Wil je ook lezen